Woonvormen
Wanneer je de Wet werk en bijstand leest dan zie je daarin drie levensvormen waarmee je een uitkering krijgt, dat zijn:
• Alleenstaanden
• Alleenstaande ouders
• Gehuwden/samenwonenden
Alleenstaanden
Iedereen die 18 jaar of ouder is en alleen in een woning woont is voor de wet een alleenstaande.
Alleenstaande ouders
Iedereen zonder partner maar die samenwoont met kinderen jonger dan 18 jaar waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen.
Gehuwden/samenwonenden
De eerste is gemakkelijk. U bent getrouwd en woont samen, met of zonder kinderen, in een woning. De wet zegt dan dat u voor elkaar moet zorgen. Voor een uitkering kijken we dan ook naar het gezinsinkomen.
Het begrip samenwonen is wat ingewikkelder. In de wet wordt samenwoning ook wel een gezamenlijke huishouding genoemd. In het kort leest u hieronder wanneer u samenwoont en met wie u kunt samenwonen.
Samen
Het meest voor de hand ligt dat u gaat samenwonen met uw vriend of vriendin. U zorgt voor elkaar en betaalt samen de kosten voor het huishouden. Soms heeft u daarvoor een samenlevingscontract afgesloten. Maar zijn er nog meer mensen waarmee u kunt samenwonen die minder voor hand liggen? Zodra u met meer mensen in een woning woont en samen meebetaalt aan het huishouden, is er sprake van samenwonen. Dat kan dus een vriend, vriendin, broer, zus, neef, nicht, of een ander familielid zijn. Ook wanneer u met meer dan twee mensen in een woning woont gaat de IGSD vaststellen of en zo ja met wie van die personen u samenwoont.
Woning
Er is alleen sprake van samenwonen wanneer dat in één woning gebeurt. Dat betekent niet dat u beide ook moet staan ingeschreven op dat adres. De IGSD kijkt waar u hoofdzakelijk bent. Dus ook wanneer u zelf bijvoorbeeld een woning huurt, maar eigenlijk altijd op een ander adres bij iemand bent, woont u samen.
Voor elkaar zorgen
U hebt het al een paar keer gelezen. U woont samen wanneer u samen meebetaalt aan het huishouden. Dat huishouden moet u ruim zien. Hieronder staan een paar voorbeelden van zaken die u onder dit kopje zet:
- U betaalt samen de vaste lasten, boodschappen, auto en vakantie;
- U heeft samen één bankrekening;
- U gebruikt samen een auto;
- U heeft elkaar in een testament tot erfgenaam benoemd;
- U doet huishoudelijk werk (koken, wassen, strijken) voor elkaar;
- U kookt en eet samen;
- U gaat samen op vakantie.
Geen onderzoek
De IGSD hoeft niet altijd een onderzoek te doen of u nu wel of niet samenwoont. In de wet staan al een aantal voorbeelden waarbij er altijd sprake is dat u samenwoont. We hebben ze hieronder op een rij gezet:
- U woont samen met iemand waarmee u de afgelopen twee jaar ook getrouwd bent geweest of eerder hebt samengewoond;
- U woont samen met iemand waarmee u een kind hebt, of waarvan u een kind heeft erkend;
- U woont samen met iemand waarmee u een samenlevingscontract hebt.